Op zaterdag 26 april 2014 vierde Nederland voor het eerst Koningsdag. Het was de eerste verjaardag van koning Willem-Alexander sinds zijn inhuldiging een jaar eerder, en daarmee ook het einde van een tijdperk: het Koninginnedag-feest, dat sinds 1949 op 30 april werd gehouden, kreeg een nieuwe naam, een nieuwe datum en een nieuw gezicht.
Voor de eerste editie kozen Willem-Alexander en Máxima twee plaatsen uit Noord-Holland: De Rijp en Amstelveen. De koninklijke familie werd op beide plekken ontvangen door duizenden mensen, en de televisiebeelden gingen Nederland en de wereld over. Hoe verliep die dag, en waarom werd hij eigenlijk op een zaterdag in plaats van op een zondag gehouden?
Waarom 26 april en niet de 27e?
De officiële verjaardag van koning Willem-Alexander is 27 april. Maar in 2014 viel die datum op een zondag. Het koninklijk huis koos er, in overleg met de regering, voor om Koningsdag in dat jaar één dag te vervroegen — naar zaterdag 26 april.
De reden is praktisch en respectvol: een groot publieksfeest op zondag past niet bij de maatschappelijke gewoonten van een deel van Nederland, en bovendien zou de organisatie van een zaterdagse vrijmarkt en een zondagse feestdag de winkeliers en kerkgemeenschappen voor lastige keuzes plaatsen. De afspraak werd: valt 27 april op een zondag, dan schuift Koningsdag naar de zaterdag ervoor.
Die regel is sindsdien meerdere keren toegepast. Ook in 2025 viel 27 april op een zondag, en werd Koningsdag op 26 april gehouden. Het is daarmee de enige uitzondering op de regel "Koningsdag is altijd op 27 april".
De Rijp: een historisch dorp als startpunt
De Rijp is een klein, monumentaal dorp in de gemeente Alkmaar (destijds nog gemeente Graft-De Rijp), bekend om zijn houten huizen, smalle straten en zeventiende-eeuwse handelsgeschiedenis. Voor de eerste Koningsdag was het een opvallende keuze: geen grote stad, maar een dorp met enkele duizenden inwoners.
De koninklijke familie werd er ontvangen door burgemeester en bewoners. Op het programma stonden traditionele Hollandse activiteiten: een rondgang door het centrum, ontmoetingen met inwoners, optredens van lokale verenigingen en demonstraties van oude ambachten zoals het bouwen van een houten boot. Het accent lag op het maritieme verleden van het dorp, dat in de Gouden Eeuw een levendige walvisvaart en handel kende.
Voor De Rijp was de dag een keer-in-een-leven-evenement. Het dorp werd in de weken ervoor flink opgeknapt, en op de dag zelf kwamen tienduizenden bezoekers naar het kleine centrum. De televisiebeelden van de koning en koningin tussen de oude gevels maakten het beeld af.
Amstelveen: het tweede deel van de dag
Na De Rijp reisden Willem-Alexander, Máxima en hun drie dochters door naar Amstelveen, een stad van ruim tachtigduizend inwoners ten zuiden van Amsterdam. Hier was het programma stedelijker: een wandeling door het Stadshart, een ontmoeting met inwoners van verschillende achtergronden en culturen, en optredens op een openluchtpodium.
Amstelveen werd onder andere gekozen vanwege de internationale samenstelling van de stad — er wonen veel mensen met een achtergrond uit andere landen, onder meer een grote Japanse en Indiase gemeenschap. Het paste bij het beeld dat de koninklijke familie wilde uitdragen: een Koningsdag voor heel Nederland, in al zijn verscheidenheid.
Op het programma stonden onder andere muzikale optredens, sportclinics en gesprekken met vrijwilligers. Net als in De Rijp werd er flink gewuifd, gefotografeerd en gefeest. Tegen het einde van de middag vertrok de koninklijke familie weer.
De prinsessen voor het eerst mee
Een belangrijk onderdeel van de eerste Koningsdag was de aanwezigheid van de drie prinsessen: Amalia, Alexia en Ariane. Voor hen was het de eerste keer dat ze als kinderen van de koning en koningin een hele Koningsdag meeliepen — niet meer als prinsesjes van een kroonprins, maar als dochters van de koning.
De drie waren toen tien, acht en zes jaar oud. Ze maakten de wandelingen mee, deden hier en daar mee aan een spelletje en vielen vooral op door hun gelijkmatige reactie op de drukte. Sindsdien zijn ze elk jaar bij Koningsdag aanwezig — al treedt vooral Amalia, sinds zij meerderjarig is, in een meer publieke rol naar voren. Voor wie meer wil weten over de verjaardagen van het koninklijk huis, lees ook Koningshuis verjaardagen.
Het einde van Koninginnedag
De eerste Koningsdag betekende ook een formeel einde van Koninginnedag, dat sinds 1949 op 30 april werd gehouden. Voor veel Nederlanders was dat een vertrouwde datum: de verjaardag van koningin Juliana, na 1980 doorgezet als verjaardag van koningin Beatrix (die zelf op 31 januari jarig was, maar de datum bewust ongewijzigd liet).
Met het aantreden van Willem-Alexander schoof de feestdag naar zijn eigen verjaardag, 27 april. Dat scheelde één dag — maar voor het gevoel was het een breuk met meer dan zestig jaar gewoonte. Veel mensen moesten er even aan wennen dat het feest niet meer op de laatste dag van april viel. Inmiddels is Koningsdag op 27 april voor een hele generatie weer normaal. Lees meer over de overgang in Van Koninginnedag naar Koningsdag.