Jarenlang vierde Nederland Koninginnedag op 30 april. Voor veel mensen was dat gewoon 'de datum' — maar als je erover nadenkt, is het vreemd. Koningin Beatrix, die het grootste deel van die periode op de troon zat, was helemaal niet op 30 april jarig. Ze is jarig op 31 januari.
Het antwoord op die puzzel ligt in de geschiedenis van het koningshuis, en in een bewuste keuze van Beatrix zelf. In dit artikel leggen we uit waarom de feestdag op die ogenschijnlijk willekeurige datum bleef staan.
De datum van Juliana
30 april was de geboortedag van koningin Juliana, de moeder van Beatrix. Juliana was koningin van 1948 tot 1980, en gedurende haar hele regeerperiode viel Koninginnedag op haar verjaardag: 30 april.
In die jaren groeide 30 april uit tot een vertrouwde, vaste feestdag. Het hele land was eraan gewend: scholen vrij, vrijmarkten, het defilé op Paleis Soestdijk. De datum was zo ingeburgerd dat hij bijna losstond van wie er precies op de troon zat.
De keuze van Beatrix
Toen Beatrix in 1980 koningin werd, had ze de feestdag naar haar eigen verjaardag kunnen verplaatsen — naar 31 januari. Ze koos daar bewust niet voor. Een belangrijke reden was praktisch: eind januari is het in Nederland koud en guur, geen weer voor vrijmarkten en buitenfeesten.
Daarnaast wilde Beatrix de datum van haar moeder eren. Door 30 april aan te houden, bleef Koninginnedag een dag voor Juliana én een feestdag voor het land. Officieel werd 30 april zo niet langer een verjaardag, maar simpelweg 'Koninginnedag'.
Tot 2013
Die situatie hield stand tot 2013. In dat jaar deed Beatrix afstand van de troon en werd haar zoon Willem-Alexander koning. Met een mannelijke vorst veranderde de naam in Koningsdag, en de datum verschoof naar zijn echte verjaardag: 27 april.
Daarmee kwam er na decennia een einde aan 30 april als nationale feestdag. De laatste Koninginnedag oude stijl was meteen ook de dag van de troonswisseling. Meer over die overgang lees je in Van Koninginnedag naar Koningsdag.