Wie Koninginnedag onder koningin Juliana meemaakte, denkt aan één beeld: het defilé bij Paleis Soestdijk. Jarenlang trok op 30 april een lange stoet mensen langs de trappen van het paleis in Baarn, om de koninklijke familie bloemen en cadeaus aan te bieden. Het was een van de meest geliefde tradities van het naoorlogse Nederland.
In dit artikel kijken we terug op dat defilé: hoe het ging, waarom het zo bijzonder was, en hoe het uiteindelijk verdween toen de tijden veranderden.
Het defilé
Het idee was even eenvoudig als ontroerend. Op Koninginnedag mochten gewone mensen, verenigingen en gezelschappen uit het hele land langs het bordes van Paleis Soestdijk lopen. Daar stonden Juliana, prins Bernhard en hun dochters om de groeten en de geschenken in ontvangst te nemen.
Mensen brachten bloemen, zelfgemaakte cadeaus, muziek en dans. Folkloristische groepen in klederdracht, fanfares, sportverenigingen — een dwarsdoorsnede van Nederland trok voorbij. Het duurde uren, en het werd elk jaar op televisie uitgezonden.
Waarom het zo geliefd was
Het defilé paste bij het beeld dat Nederland van Juliana had: een koningin die dicht bij de mensen wilde staan. Geen afstandelijke vorstin op een troon, maar een familie die op de trappen van haar eigen huis cadeautjes aannam van wie maar langs wilde komen.
Voor veel deelnemers was het een eer en een uitje tegelijk. Voor de kijkers thuis was het een vast ritueel, net zo onlosmakelijk verbonden met 30 april als de vrijmarkt later zou worden. Het gaf de feestdag een warm, huiselijk karakter.
Het einde van de traditie
Toen Beatrix in 1980 koningin werd, veranderde de invulling van Koninginnedag ingrijpend. Zij koos ervoor om op de feestdag juist zelf het land in te gaan en steden te bezoeken, in plaats van het publiek naar het paleis te laten komen.
Daarmee kwam een einde aan het defilé bij Soestdijk. Het 'koninklijk bezoek' aan wisselende gemeenten — dat we ook vandaag op Koningsdag kennen — komt voort uit die keuze van Beatrix. Meer daarover lees je in Het koninklijk bezoek.