Elk jaar op Koningsdag is er één stad of dorp waar alle ogen op gericht zijn: de gastgemeente die de koninklijke familie ontvangt. Voor die plaats is het een grote eer en een enorme organisatie tegelijk. Maar hoe komt zo'n gemeente eigenlijk aan de beurt, en hoe ziet die dag er dan uit?
In dit artikel leggen we uit hoe het koninklijk bezoek werkt: van de selectie van de gastgemeente tot het programma op de dag zelf.
Hoe een gemeente wordt gekozen
Gemeenten kunnen zichzelf aanmelden als kandidaat-gastgemeente. Er is dus geen vaste volgorde of toerbeurt; het is een kwestie van interesse tonen en vervolgens geselecteerd worden. Bij de keuze wordt onder meer gekeken naar spreiding over het land — niet elk jaar dezelfde regio — en naar de vraag of een gemeente de organisatie aankan.
De selectie gebeurt ruim van tevoren, zodat de gekozen gemeente genoeg tijd heeft om alles voor te bereiden. Vaak is een gemeente al meer dan een jaar bezig met de planning voordat het zover is.
De dag zelf
Tijdens het bezoek maakt de koninklijke familie een wandeling langs een uitgestippelde route door de gastgemeente. Onderweg zijn er optredens, presentaties en activiteiten die typisch zijn voor die plaats — streekcultuur, lokale verenigingen, ambachten, sport.
Het idee is dat de gemeente zich van haar beste kant laat zien. Voor de bewoners die langs de route staan is het een unieke kans om de familie van dichtbij te zien. Het hele bezoek wordt live op televisie uitgezonden, waardoor de gastgemeente die dag letterlijk in heel Nederland in beeld is.
Een traditie van Beatrix
Het koninklijk stadsbezoek zoals we dat nu kennen, begon onder koningin Beatrix. Waar haar moeder Juliana het publiek naar Paleis Soestdijk liet komen voor het defilé, koos Beatrix er juist voor om zelf het land in te trekken.
Willem-Alexander heeft die traditie voortgezet. Elk jaar een andere gemeente, elk jaar een ander deel van Nederland in de schijnwerpers. Meer over de voorganger van deze traditie lees je in Koninginnedag bij Paleis Soestdijk.