Het is een vraag die buitenlanders vaak stellen en die Nederlanders zelf zelden hardop beantwoorden: waarom draagt het hele land op Koningsdag oranje, terwijl de Nederlandse vlag rood, wit en blauw is? Op 27 april kleuren straten, kleding, gebak en versiering oranje — maar waar komt dat eigenlijk vandaan?
In dit artikel leggen we het uit. Het antwoord voert terug naar de zestiende eeuw, naar de man die wordt gezien als de grondlegger van Nederland.
Willem van Oranje
De oorsprong ligt bij Willem van Oranje, ook bekend als Willem de Zwijger. Hij leidde in de zestiende eeuw de opstand tegen de Spaanse overheersing en geldt als de stamvader van het Nederlandse vorstenhuis.
Zijn titel 'prins van Oranje' verwees naar het prinsdom Orange, een gebiedje in het zuiden van het huidige Frankrijk. Via die titel raakte de naam — en de kleur — Oranje onlosmakelijk verbonden met zijn familie: het Huis van Oranje-Nassau, waartoe ook koning Willem-Alexander behoort.
Oranje als nationale kleur
Omdat het vorstenhuis 'van Oranje' heet, werd oranje de kleur die voor het koningshuis en bij uitbreiding voor Nederland staat. In de vroege versies van de Nederlandse vlag zat zelfs een oranje baan, die later door rood werd vervangen — maar de band tussen Nederland en de kleur oranje bleef.
Die band zie je niet alleen op Koningsdag. Ook bij internationale sportwedstrijden kleurt het publiek oranje, en het nationale elftal heet simpelweg 'Oranje'. Het is de kleur waarmee Nederlanders zich als één groep herkenbaar maken.
Oranje op Koningsdag
Op Koningsdag komt die traditie het sterkst tot uiting. Een dag die draait om de koning — het hoofd van het Huis van Oranje — is logischerwijs ook de dag waarop iedereen de kleur van dat huis draagt.
Wat ooit begon als een symbool van trouw aan het vorstenhuis, is uitgegroeid tot een vrolijke, vrijblijvende gewoonte. Niemand draagt vandaag oranje uit politieke overtuiging; het hoort gewoon bij het feest. Van shirts en pruiken tot de oranje tompoes — zie De oranje tompoes — het is de kleur die de dag maakt.